Liefde voor Allah

Het staat in elk theologisch boek inzake geloofsleer min of meer hetzelfde weergegeven: wanneer je Allah leert kennen is het onvermijdelijk dat je Hem lief zal hebben. Dat is tevens het uitgangspunt bij het onderwijzen van je kinderen: het leren kennen van Hem staat gelijk aan het gaan houden van Hem. Toch klinkt dat iets makkelijker dan dat het daadwerkelijk is.

Om je kind liefde voor Allah bij te brengen dien je Allah de kern van de opvoeding te laten zijn. Uiteraard zijn er vele manieren te noemen om dit te doen. In dit artikel willen we de belangrijkste aspecten ervan benoemen op basis waarvan we verder kunnen borduren, ieder vanuit zijn/haar eigen creativiteit. Wat zijn de manieren om ervoor te zorgen dat Allah van je gaat houden?.

In de eerste plaats: we moeten een onderscheid maken op basis van de leeftijdsgroep waarin je kind zich bevindt. Wanneer we de leeftijd van 0-7 nemen ligt de focus op het leren kennen van alle eigenschappen van Allah die een directe positieve associatie oproepen zoals Zijn Barmhartigheid, Liefde, Genade etc. Ook is er in die fase aandacht voor de gevoelsmatig meer neutrale eigenschappen zoals dat Hij de Schepper en Voorziener is.

In de tweede leeftijdsfase van 7-14 jaar, wanneer de aandacht in de opvoeding verschuift naar het bijbrengen van meer verantwoordelijkheid en discipline, komen daar de eigenschappen bij betreffende rechtvaardigheid, balans tussen beloning en straf, etc. Dat wil zeggen: het complete plaatje zal ingekleurd gaan worden. Belangrijk: we zeggen dat deze zaken erbij komen. Met andere woorden: je biedt het gehele pakket aan in deze fase, niet slechts de zaken die ontbraken in de vorige opvoedperiode. Laten we voor nu kijken naar de eerste opvoedfase:

Praktische vormgeving

1. Het vormen van een voorbeeld voor je kind in het nastreven van de Goddelijke eigenschappen op je menselijke niveau: barmhartig zijn, vergevend zijn, nadruk leggend op het goede. Allah is Goed en houdt van goedheid bijvoorbeeld, koppel dit eens aan het Koranische vers dat er geen andere beloning is voor goedheid dan deze te beantwoorden met goedheid. Dat geeft een heldere richtlijn in het omgaan met je kind.

Leg je kind ook uit waarom je bepaald gedrag laat zien naar anderen, verwijs naar de Koran en het profetisch voorbeeld daarin. Geef aan dat Allah van goede dingen houdt en niet van slechte dingen. Leer je kind bij slechte dingen daarentegen vooral dat Allah vergeeft maar dat we het niet meer moeten doen.

2. Het je kind laten ervaren wat het is waarmee Allah ons voorziet en daar een voortdurende reminder aan geven; Allah is de Voorziener en Schepper van alle zaken. Hij gaf ons alles en als dank daarvoor geven wij iets van wat Hij ons gaf uit aan anderen. Hij geeft ons eten en drinken en als dank vasten we. Wij maken de mooiste gebouwen, maar we kunnen dat alleen met materiaal wat door Allah geschapen is, etc. Door je kind ervan bewust te maken dat alles van Allah afkomt en dat wij daar dankbaarheid voor betuigen koppel je de gunsten/voorzieningen die het kind heeft aan Allah. En wilt je kind iets wat het niet kan hebben? Leer je kind dan ook te beseffen dat we wel alles kunnen vragen aan Allah maar niet alles zullen krijgen. Soms krijgen we het gelijk, soms moeten we geduldig zijn of er iets voor doen en soms krijgen we het niet. En dat is dan omdat Allah ons iets beters toewenst.

Dat laatste is ook belangrijk in je manier van belonen. Niet elke goede daad zou een materiële beloning moeten krijgen. Wel zou elke goede daad waardering moeten krijgen.

3. Het leren kennen van de Koranische verhalen. Door te vertellen over hoe Allah omging met Zijn profeten, wat Hij voor Zijn dienaren heeft klaargemaakt in het hiernamaals, hoe perfect hij de wereld schiep etc. Bewaar je aandacht in deze verhalen voor de belangrijke gebeurtenissen, maak er geen gedetailleerde enge verhalen van zoals wanneer het aankomt op de manier waarop profeten moeilijkheden ondervonden. Focus op het positieve in deze verhalen en niet op de “enge” dingen. Zodra we beginnen met preken over het hellevuur en bestraffing tegen een kind van drie zal de relatie op angst worden gebouwd, wat op lange termijn schadelijk kan zijn. Immers: angst voor bestraffing is een onderdeel van de geloofsovertuiging, maar als je niets hebt om van te houden zal angst eerder een motivatie zijn om weg te lopen dan om iets met je religie te doen.