Hemel en hel gebruiken bij opvoeding

Soms horen we het nog wel eens; de dreiging met de hel ter voorkoming van, of bestraffing na, slecht gedrag van kinderen. Ouders willen in een dergelijk geval altijd erg duidelijk zijn; voor goede daden geeft Allah je de hemel en slechte daden bestraft Hij met de hel. Een totaal ongenuanceerd beeld wat niet slechts een halve waarheid is, het kan ook nog eens nadelig uitwerken op de religieuze vorming van je kind.

De aanwezigheid van de hel is onmiskenbaar en het geloof erin is zeer belangrijk. Net als de aanwezigheid van het paradijs onmiskenbaar is en het geloof erin zeer belangrijk is. Het informeren over de hel en dit gebruiken als onderdeel van de opvoeding ligt echter net even iets anders dan een opmerking als: als je dit of dat doet, dan ga je naar de hel.

De basis is goedheid

Wanneer een kind ter wereld komt is het op de fitrah, de natuurlijke aanleg tot het goede en het geloof in Allah. Het kind zal alles nog moeten leren en gaat uit nieuwsgierigheid leren kruipen, lopen, draaien, praten, proeven etc. Omdat je kind goed en fout, wenselijk en onwenselijk, nog niet kan onderscheiden is het jouw taak als ouder om dit duidelijk te maken. Soms zal je kind in één keer begrijpen wat al dan niet wenselijk is, soms zijn er meerdere keren nodig om dit tot je kind te laten doordringen.

In de eerste jaren van het leven van je kind is het voor jou als ouder belangrijk dat je aan je kind onderwijst wat je verwacht van je kind. Daar ligt de aandacht meer op dan op het aangeven wat niet goed is. De aandacht voor het wenselijke, het positieve, is altijd groter dan de aandacht die  uitgaat naar het negatieve. Op die manier leg je niet alleen de focus op het goede gedrag, je zorgt er ook voor dat je het stimuleert en je kind zich er daardoor ook toe aangetrokken zal worden.

Wat daarnaast absoluut vermeden dient te worden door de ouders is dat zij het wangedrag van hun kinderen gaan koppelen aan de hel. Sterker nog; je dient het goede te stimuleren door het te complimenteren, te waarderen, te belonen en aan te geven dat Allah er blij van zal worden. En, hier is de koppeling met de eindbestemming; dat als je kind dingen doet die Allah blij maken, Allah je kind kan belonen met het paradijs!

Ja, je kind zal dingen verkeerd doen in de eerste levensjaren. Ja, je zal je kind moeten corrigeren. Maar leer je kind daarbij wat wel mag, bestraf en corrigeer niet slechts het negatieve. Door je kind in een levensfase van onschuld voortdurend te confronteren met de dreiging van de hel zal er niet alleen angst ontstaan maar ook afkeer. En die afkeer? Die zal zich vormen t.o.v. de hel, de islam en ten opzichte van Allah. Leg de focus gedurende de eerste levensjaren op het paradijs, de afwezigheid van het paradijs is voldoende als omschrijving van de hel.

Begin dus bij het begin, bij Allah, de goedheid en het wenselijke. Je zal als ouder nog genoeg kunnen praten over wat er niet mag. Probeer daar in die eerste levensjaren echter voorzichtig mee te zijn en geef je kind de ruimte om te ontdekken en te groeien.

Halve waarheid

  • Wat tenslotte belangrijk is om te beseffen als ouder zijnde is dat gestraft worden middels de hel nooit een garantie is voor een moslim. De claim dat als je goed doet je een beloning krijgt en wanneer je slecht doet je een bestraffing krijgt is een halve waarheid, ook wel een halve leugen genoemd. Het is namelijk zo dat de beloning voor een daad altijd vast staat en nooit verloren zal gaan. Het is echter geen vaststaand feit dat slechte daden bestraft zullen worden (middels de hel). Door zo zwart wit te spreken als “goed staat gelijk aan beloning en slecht aan bestraffing” gaan we voorbij aan de Vergevingsgezindheid van Allah.

Wanneer we ons kind leren dat slechte daden worden bestraft missen we een deel van de religieuze opvoeding. Het complete plaatje omvat;

  • Je kind leren over de beloning van het goede.
  • Je kind leren over de mogelijkheid tot bestraffing van het slechte.
  • Je kind leren dat slechte daden gevolgd moeten worden door het vragen van vergeving en het verrichten van goede daden.

Dit, en alleen dit, is het volledige plaatje. Maak je kind niet bang door, al dan niet bewust, aan je kind te leren dat er geen hoop meer is na het verrichten van een zonde. De aandacht voor vergeving vragen, de aandacht voor hoop en liefde is een essentieel  onderdeel van de religieuze opvoeding van je kind. Alleen dan kan je kind de Grootsheid van Allah leren kennen. En alleen dan krijgt je kind een eerlijk beeld van wie de Schepper van alle zaken is.