“omdat ik het zeg”

Als je kind iets doet, omdat het moet van jou, doet je kind het dan ook nog als jij niets meer te zeggen hebt? Als je kind iets niet mag, omdat jij het zegt, blijft je kind er dan van weg als jij niets meer te zeggen hebt? Is jouw wil opleggen aan je kind wel zo verstandig? En wat is het alternatief?

We vragen elke dag behoorlijk wat van onze kinderen. Zeker wanneer ze jong zijn sturen we ze voortdurend in een bepaalde richting. Je laat weten dat ze zich moeten aankleden, moeten opschieten, hun handen moeten wassen, speelgoed moeten opruimen, handen moeten wassen, rustig moeten praten, handen moeten wassen (ja, het is 2020) en moeten luis-te-ren. Die sturing is onderdeel van het hen begeleiden door de dag. Veel gaat automatisch, maar over andere dingen zal je kind vragen kunnen hebben. Die vragen gaan over het ‘waarom’, de motivatie achter waarom iets moet en het ‘waarom nu’.

Wanneer we kijken naar de Koran en de overleveringen, dan zien we regelmatig een motivatie genoemd worden voor het doen of laten van bepaalde handelingen. Die motivatie kan concreet te maken hebben met het hiernamaals; doe dit en je krijgt beloning, blijf daarvan weg om het risico op bestraffing te vermijden.

Los van de theologische motivatie gericht op het hiernamaals kan die motivatie ook directer van aard zijn. Denk bijvoorbeeld aan de waardering die iemand krijgt voor wat hij/zij doet. Ook kan de motivatie voor een handeling ontstaan doordat je een beroep doet op de waarden van een persoon, of door het gebruiken van logica.

Bij jonge kinderen is zal je zien dat zij graag waardering krijgen voor goed gedrag. Worden ze iets ouder dan hebben ze steeds meer een logische reden nodig om bepaald gedrag te vertonen. Zorg dus dat je het goede stimuleert en kan uitleggen waarom je bepaalde dingen vraagt. De complimenten voor goed gedrag maken het aantrekkelijk om het gedrag weer te vertonen. Het onderbouwen waarom je bepaald gedrag verwacht kan ervoor zorgen dat je kind, zelfs al is het met tegenzin, begrijpt dat iets simpelweg moet gebeuren.

Een voorbeeld: denk aan een kind dat niet wil slapen. Een bekend tegenargument is dan ‘maar ik ben niet moe’. Een logische onderbouwing is hier dan: morgen moet je vroeg opstaan omdat je naar school moet. Als je nu niet gaat slapen, kan je morgen niet opstaan en moeten we heel erg haasten.

Een ander voorbeeld is een kind dat moet opruimen en dat doet. Complimenteer je kind met het goede resultaat, zodat je kind er een positieve connectie mee krijgt. Uiteraard kan je het ook nog steeds koppelen aan de theologie: Allah houdt ervan als je dit of dat doet. Allah is er blij mee dat je dit of dat hebt gedaan, etc. Dit benadrukken is erg belangrijk

Waarom is dit zo belangrijk? Het hebben van een goede motivatie voor waarom je kind iets gaat doen, zorgt er bij je kind voor dat het gewenste gedrag eigen gemaakt zal worden. Je kind gaat met een goede motivatie namelijk dingen belangrijk vinden vanwege de directe en/of indirecte waarde die eraan verbonden is. Je kind doet of laat iets omdat je kind het zelf belangrijk is gaan vinden, Dit noemen we intrinsieke motivatie.

Die benadering is veel duurzamer dan gedrag opeisen van je kind, met als motivatie “omdat ik het zeg”. Want als jij er dan niet bent, dan is daarmee de motivatie ook verdwenen.