Mobiele telefoon: welke leeftijd?

“Pap? Mam? Mag ik een telefoon? Iedereen in mijn klas heeft een telefoon behalve ik, dat is niet leuk.” Het is zomaar een vraag die menig ouder een aardige schrik kan bezorgen. Want je wilt je kind niet iets weigeren wat “iedereen al heeft”, maar wellicht denk je tegelijkertijd; het is daar nog een beetje te vroeg voor. Hoe ga je daar dan mee om?

De vraag is een terugkerende vraag bij bijeenkomsten over opvoeding, want steeds meer ouders geven hun kind op jonge leeftijd een telefoon. Aan het onderwerp zitten nogal wat haken en ogen zoals: Krijgt je kind een prepaid of een abonnement? Krijgt je kind een smartphone of niet? Hoe kan je kind omgaan met verantwoordelijkheden buiten de mobiele telefoon om?

Niet voor alle ouders zijn die vragen relevant. Immers: alle andere kinderen hebben een telefoon, dus (zo lijkt men soms te zeggen) maak het ons gemakkelijk en zeg dat we een telefoon aan ze kunnen geven. Het probleem daarmee is tweeledig. Immers; als je een vraag stelt zonder interesse in het antwoord, maar je slechts je eigen gemak ermee wilt dienen, dan kun je net zo goed direct doen wat je toch eigenlijk al wilde. En; als “wat andere kinderen hebben/doen” je maatstaf is voor wat je kind al dan niet mag? Dan begeef je jezelf op een hellend vlak.

Want wat als alle kinderen een telefoon hebben, geef je jouw kind dan een telefoon? Als andere kinderen gaan roken en drinken, koop je dan een biertje en een slof sigaretten voor je kind? Als andere kinderen, naja je snapt het wel. Jij bent als ouder de persoon die de regels moet bepalen op basis van wat jij denkt dat goed is voor jouw kind. Advies vragen is natuurlijk wel goed. Immers: dan kan je een afweging maken op basis van opvoedkundige adviezen en de sociale context waarin je jezelf begeeft. Die twee kunnen bij elkaar aansluiten maar kunnen ook van elkaar verschillen. In dat laatste geval is het aan jou als ouder om te bedenken wat van grotere waarde is: dat je kind “erbij kan horen” of je eigen principes inzake het specifieke onderwerp.

In sommige gevallen is die keuze makkelijk (je mag vandaag wel een half uur langer buiten spelen). Immers: het principe van vroeg binnen zijn en op tijd naar bed is niet zwaarwegend genoeg om geen sporadische uitzondering te kunnen maken op die regel. In andere gevallen is dat lastiger, met name wanneer de keuze meer definitief is en de gevolgen groter zijn (mama, mag ik een telefoon?). Besef je echter altijd dat je principes niet hoeven onder te doen voor de wil van je kind. Al heeft iedereen een telefoon, dat maakt jou niet verplicht je kind er één te geven. Al heeft iedereen een tv in huis, dat maakt nog niet dat jij er één moet hebben staan, etc.

Wat neem je als ouder dus in overweging bij de vraag van je kind of ze een mobieltje mogen? Ten eerste: bedenk voor jezelf wat je als voor- en nadelen ziet van telefoongebruik door je kind. Ga ook eens na hoeveel kinderen (van dezelfde leeftijd) in de sociale omgeving van je eigen kind al een telefoon hebben. Dat kan door bijvoorbeeld hiernaar te informeren bij een docent op school. En als derde: bespreek eens met ouders van andere kinderen hoe zij omgaan met telefoonregels (als ze die hebben). Op die manier heb je een goed beeld van je eigen zorgen en weet je die te plaatsen in de context van de praktijk en andermans ervaringen. Daarbij is het natuurlijk wel belangrijk dat je informatie inwint bij ouders met wie je ongeveer op dezelfde lijn zit.

Kies je ervoor je kind een telefoon te geven, zorg dan ook voor regels van gebruik! En tenslotte: je kan een dergelijke stap niet voor altijd tegenhouden. Wanneer een kind een bijbaantje krijgt, krijgt het ook de mogelijkheid om zelf een telefoon aan te schaffen. Je kind verantwoordelijkheidsgevoel aan leren vanaf jonge leeftijd zal je helpen om met meer vertrouwen een telefoon aan te schaffen voor je kind.

Het algemene advies is, als we het slechts hebben over leeftijd, dat je kind bij de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs moet kunnen omgaan met een telefoon. Let daarbij op de formulering: je kind moet verantwoordelijk genoeg zijn om ermee te kunnen omgaan. Er is dus niet alleen sprake van een leeftijdsgrens, maar ook sprake van een gedragsgrens. En die laatste heb je als ouder voor een groot deel zelf in de hand. Dat gezegd hebbende: op deze leeftijd is een telefoon in het algemeen niet nodig en/of noodzakelijk naar ons idee.